maandag 27 september 2021 12:54
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw
Door: Lezer
31 mei 2021

Willemstad, 30-05-1969, opstand na het vastlopen van CAO-onderhandelingen. Dit verhaal hoorde ik in 2017 voor het eerst en heb er toen onderstaand gedicht over geschreven.

Soms schaam ik mij dat ik Nederlander ben Nu ik steeds meer de verhalen van het eiland ken De Nederlanders namen het soms niet zo nauw En onderdrukten de bewoners van Curaçao.

Kijk maar eens naar de opstand van 30 mei De Curaçaoënaar voelde zich niet vrij Wij Hollanders wisten alles veel beter Daardoor werd de strijd steeds heter

Wat begon als een enorme staking Werd al snel een volksopstand Zonder de juiste bewaking Liep het al snel volledig uit de hand

De woede werd steeds feller De stad stond letterlijk in brand De schreeuw om gerechtigheid steeds scheller In 1969 tijdens deze volksopstand

De bewoner vocht voor zijn gelijk Onrecht was nu te ver gegaan Hij vocht voor zijn eigen bereik Men moest er bovenop gaan staan

Langzamerhand creëerde men een wankele brug Langzaam kreeg de Curaçaoënaar zijn eiland terug Maar nog steeds probeert de Nederlander te overheersen Nog steeds probeert men ze soms de les te lezen 

Maar de kracht van het hele verhaal Zit hem niet alleen in de taal Het zit hem in de eigen cultuur In het zijn van de innerlijke natuur

Met God weet men deze kracht te vinden Om de mensen meer te verbinden Weten zij dat het eiland zal floreren Weten zij iedere aanval te pareren

Ga uit van de innerlijke schoonheid van het land Alleen de Curaçaoënaar kent dit eigen verband God zal hen hier altijd bij assisteren Zodat wij er misschien ook wat van kunnen leren

Marja Th. Seuren

Bezoekers van onze website kunnen hun ingezonden reacties mailen naar [email protected] Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.

One comment on “Ingezonden | Trinta di mei”

  1. Ik neem aan dat dit gedicht een vorm van zelfreflectie is van de schrijfster. Ik heb de opstand van dichtbij meegemaakt (als blanke Nederlander naast autochtone (Curaçaose) Nederlanders. Ik heb geen enkele herkenning met de uitspraak "soms schaam ik mij een Nederlander" te zijn en zie ook geen enkel verband tussen de Koninklijke Shell en mijn staatsburgerschap. De Curaçaoënaar werd op grond van het personeelsbeleid binnen Shell onheus bejegend en dat zegt vooral iets over de Shell als concern. De rellen (zoals ook vorig jaar) gaan veel meer over een kleine groep van dronken mensen die ruimte namen (en zagen) om te plunderen en brand te stichten. Dat heeft niets met het staatsburgerschap te maken maar met gebrek aan moreel kompas (van het pad af) en misbruik maken van de situatie als overmacht tegenover de politie. Ik heb gevoeld wat het betekent om makamba te zijn, terwijl mijn autochtone vrienden ook thuis bleven en zich niet op straat vertoonden. De Nederlander probeert niet te overheersen, maar de autonomie te ondersteunen. Ik herken mij en in reflectie met Curaçaose vrienden totaal niet in dit gedicht. Ergo: de strekking doet vermoeden dat er sprake is van onrecht door de blanke overheersing, terwijl ik die niet heb kunnen waarnemen in de periode 1957 tot 1980 tijdens mijn jeugd. Ik vind het ook volkomen verkeerd dat gesteld wordt dat de Curacaoenaar moest vechten voor zijn gelijk. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Met Cola Debrot, Efrain Jonckheer en andere politici was er sprake van een grote mate van zelfbeschikking binnen het Eilandsbestuur en is de scherpe aftekening tussen arm en rijk alleen maar nadien toegenomen door nepotisme, wanbestuur en crimineel gedrag van politici na 1970. Ik ben het absoluut niet eens met de schrijfster dat Nederland probeert te overheersen en daartoe zich moet schamen. Wat Shell deed, kon niet, zoals ook Nederlandse bedrijven in Nederland foute dingen dingen deed. Wat Curaçaose politici daarna deden kon ook niet en dat was ophitsen, plunderen, stelen en de zaken verkeerd voorstellen. Dat laatste gebeurt nu ook met dit gedicht. Een nare smaak in de mond terwijl ik weet en heb meegemaakt hoe het werkelijk zat. Ik vind dit een nare manier zoals er gesproken wordt over de Nederlander op Curacao.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

magnifier linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram