Het Huis Oranje-Nassau heeft eeuwenlang het Nederlandse kolonialisme gesteund en ervan geprofiteerd, terwijl de familie meestal weinig directe invloed had op het koloniale beleid. Dat blijkt uit een onafhankelijk onderzoek dat is uitgevoerd door de Universiteit Leiden.
Volgens hoofdonderzoeker Gert Oostindie legitimeerden de Oranjes het kolonialisme “met overtuiging en zonder wezenlijke bedenkingen”. Tot het aantreden van koningin Juliana in 1948 werd vanuit het Huis Oranje-Nassau geen fundamentele kritiek geuit op het koloniale systeem. Alleen koning Willem I had volgens de onderzoekers een grote directe invloed op het koloniale beleid.
Financieel profiteerden de Oranjes vooral van de VOC en later van Nederlands-Indië. Aan de Atlantische slavenhandel en de Caribische slavernij verdienden zij volgens het onderzoek vrijwel niets. Dat kwam volgens de onderzoekers niet voort uit principiële bezwaren, maar doordat pogingen om eraan te verdienen weinig succesvol waren.
Koning Willem-Alexander noemt de resultaten “schrijnend en confronterend”. Hij zegt dat veel mensen nog dagelijks de pijn voelen van het Nederlandse slavernijverleden. “Voor mij is het werk geen afronding, maar een aansporing. Ik kan het verleden niet veranderen, maar ik kan wel mijn bijdrage leveren aan het heden en de toekomst”, aldus de koning.
Koning Willem-Alexander gaf eind 2022 zelf opdracht voor het onderzoek en betaalde het.







