In het eerste deel van deze serie stond één vraag centraal: hoeveel blijft er aan het einde van de maand werkelijk over van het inkomen van een huishouden?
Die vraag wordt nog belangrijker wanneer een huishouden niet alleen te maken heeft met hogere kosten van levensonderhoud, maar ook met rente en aflossing op bestaande schulden. Wie weinig financiële ruimte heeft, kan een hogere rekening misschien tijdelijk opvangen door minder uit te geven. Maar wie daarnaast structureel schulden moet aflossen, heeft veel minder ruimte om een tegenvaller op te vangen.
Het probleem begint niet bij de volgende rekening
De resultaten van de Enkuesta Sosial 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek geven een belangrijk signaal. 64,1% van de huishoudens geeft aan onvoldoende financiële ruimte te hebben voor rente en aflossing van leningen of schulden.
Dat betekent niet dat 64,1% van de huishoudens problematische schulden heeft. Het betekent dat een groot deel van de huishoudens zelf aangeeft onvoldoende financiële ruimte te hebben om deze verplichtingen comfortabel te dragen.
Een lening hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Een hypotheek, autolening of bedrijfsfinanciering kan een legitiem en noodzakelijk onderdeel van financiële planning zijn.
Het probleem ontstaat wanneer de maandelijkse verplichtingen structureel een te groot deel van het beschikbare inkomen opslokken. Dan wordt een huishouden afhankelijk van één belangrijke voorwaarde: dat er niets tegenzit.
De rente maakt het vraagstuk groter
Daar komt de ontwikkeling van de rente bij. De Amerikaanse Federal Reserve verhoogde op 16 september de beleidsrente met 25 basispunten naar 3,75% tot 4,00%. De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten verhoogde vervolgens op 17 september haar beleningsrente naar 4,50%.
Het economische principe is eenvoudig: wanneer financiering duurder wordt, kan een groter deel van het inkomen naar rente en aflossing gaan. Voor een huishouden met weinig buffer kan een relatief kleine verandering daardoor een groot verschil maken.
Kwetsbaarheid is breder dan armoede
Financiële kwetsbaarheid valt bovendien niet samen met officiële armoede. Een huishouden kan boven de armoedegrens zitten en toch nauwelijks financiële reserves hebben. Zolang het inkomen stabiel blijft, kunnen de verplichtingen worden betaald. Maar bij ziekte, baanverlies, een onverwachte reparatie of een forse prijsstijging kan de situatie snel veranderen. Iemand hoeft dus niet officieel arm te zijn om financieel kwetsbaar te zijn.
De recente analyse van de Verenigde Naties plaatst deze kwetsbaarheid in een bredere context. Volgens de VN heeft Curaçao sterke resultaten op het gebied van menselijke ontwikkeling en verbeterde macro-economische stabiliteit, maar blijft het eiland gevoelig voor externe schokken. De VN noemt onder meer de toenemende afhankelijkheid van toerisme, energieprijsrisico’s, klimaatverandering en geopolitieke ontwikkelingen.
In een kleine, open economie kunnen zulke ontwikkelingen uiteindelijk ook huishoudens raken — via werkgelegenheid, prijzen, energie en overheidsinkomsten.
Van huishoudprobleem naar economisch probleem
Daarmee wordt huishoudschuld meer dan een individueel financieel probleem.
Wanneer veel huishoudens een groot deel van hun inkomen moeten besteden aan rente en aflossing, blijft er minder over voor andere uitgaven. Dat kan de consumptie en daarmee de economische bedrijvigheid afremmen.
Ook de overheid kan de gevolgen uiteindelijk voelen. Minder economische activiteit kan gevolgen hebben voor belastinginkomsten, terwijl tegelijkertijd de druk op sociale voorzieningen, schuldhulpverlening, huisvesting en andere publieke diensten kan toenemen.
De Raad van Advies wijst in zijn advies over de begroting 2027 eveneens op de brede gevolgen van de schuldenproblematiek bij huishoudens. De Raad noemt onder meer gevolgen voor financiële stabiliteit, bestedingsruimte, consumptie, economische bedrijvigheid en belastinginkomsten, maar ook mogelijke druk op sociale voorzieningen, schuldhulpverlening, huisvesting en sociale cohesie.
Daarmee ontstaat een belangrijk economisch inzicht: wat begint als een probleem aan de keukentafel, kan uiteindelijk een probleem voor de hele economie worden.
Het risico zit in de combinatie
Juist daarom moeten we niet naar één indicator kijken. Niet alleen inflatie is belangrijk. Niet alleen het inkomen. Niet alleen de rente. En ook niet alleen de hoogte van de schuld. Het gaat om de combinatie.
Wanneer de kosten van elektriciteit, water en brandstof stijgen, blijft er minder over. Wanneer daar bestaande schulden en renteverplichtingen bovenop komen, wordt de beschikbare ruimte nog kleiner. En wanneer een huishouden vervolgens met een onverwachte tegenvaller wordt geconfronteerd, kan het genoodzaakt zijn die met nieuwe schuld op te vangen.
Zo kan een tijdelijke financiële tegenvaller uitgroeien tot een structureel probleem.
De echte financiële buffer
Daarom zou de discussie over koopkracht breder moeten zijn dan de vraag of inkomens met de inflatie meegroeien.
De relevante vraag is uiteindelijk: Hoeveel geld houdt een huishouden daadwerkelijk over nadat de noodzakelijke kosten én de financiële verplichtingen zijn betaald? Dat bedrag bepaalt hoeveel financiële ademruimte er werkelijk is.
Een huishouden met een redelijk inkomen maar hoge vaste lasten en hoge schuldverplichtingen kan minder financiële zekerheid hebben dan het inkomen op papier doet vermoeden. Een huishouden met een reserve heeft meer mogelijkheden om een tijdelijke tegenvaller op te vangen zonder onmiddellijk nieuwe schulden aan te gaan. Dat maakt financiële buffers geen luxe, maar een belangrijk onderdeel van economische weerbaarheid.
De uitdaging voor Curaçao is daarom niet alleen om problemen op te lossen wanneer huishoudens al diep in de schulden zitten. Het is ook om te voorkomen dat steeds meer huishoudens — inclusief werkende huishoudens die formeel niet arm zijn — in een situatie terechtkomen waarin één onverwachte rekening het financiële evenwicht kan verstoren.
Want echte koopkracht gaat uiteindelijk niet alleen over hoeveel iemand verdient. Het gaat ook over hoeveel financiële ademruimte er iedere maand werkelijk overblijft.
Luigi A. Faneyte,
Naschrift redactie: Luigi A. Faneyte is fractiemedewerker van politieke partij PAR
Bezoekers van Nu.cw kunnen ingezonden reacties mailen naar redactie@nu.cw. Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.











