Meerdere prijsstijgingen en hogere rente zetten de koopkracht onder druk
Curaçao krijgt de komende weken niet te maken met één prijsverhoging. Het huishoudbudget krijgt meerdere verhogingen tegelijk te verwerken. Brandstof wordt duurder, vanaf 1 oktober stijgen de tarieven voor elektriciteit en water en ondertussen is ook de renteomgeving veranderd.
Voor de consument telt uiteindelijk niet waarom iedere afzonderlijke verhoging plaatsvindt. De vraag is eenvoudiger: hoeveel blijft er aan het einde van de maand over?
De nieuwe RAC-tarieven laten zien dat de laagste elektriciteitsverbruiksschijf met ongeveer 10,3% stijgt. Het laagste watertarief stijgt met ongeveer 8,4%. Diesel wordt bijna 19% duurder en benzine ongeveer 4,9%.
Dat zijn geen kleine veranderingen voor huishoudens die iedere maand opnieuw hun budget moeten verdelen.
De rekening komt niet bij iedereen hetzelfde aan
Een prijsstijging heeft niet voor ieder huishouden hetzelfde effect. Voor gezinnen met weinig financiële ruimte gaat een groter deel van het inkomen al naar noodzakelijke uitgaven zoals wonen, voedsel, energie, water en vervoer. Iedere extra verhoging beperkt dan direct de ruimte voor andere uitgaven.
CBS rapporteerde op basis van de Census 2023 dat 30,4% van de huishoudens onder de monetaire armoedegrens viel. Voor 2026 bedraagt de armoedegrens voor een huishouden van twee volwassenen en twee kinderen Cg 3.404 netto per maand.
Maar alleen naar armoede kijken is onvoldoende. Ook de werkende middenklasse kan financieel steeds meer onder druk komen te staan. Een huishouden kan boven de armoedegrens zitten en toch nauwelijks financiële buffer hebben door huur of hypotheek, autokosten, verzekeringen, kinderopvang, boodschappen en andere vaste lasten. Iemand hoeft dus niet officieel arm te zijn om financieel kwetsbaar te worden.
Brandstof raakt meer dan alleen de automobilist
Vooral de dieselstijging verdient aandacht. Diesel is niet alleen een kostenpost voor automobilisten. Transport, distributie, bouw en andere economische activiteiten zijn ervan afhankelijk. Hogere transportkosten kunnen daardoor uiteindelijk ook worden verwerkt in de prijzen van goederen en diensten.
De consument kan de prijsstijging dus meer dan één keer voelen: rechtstreeks aan de pomp en indirect via andere producten en diensten. Daarom moeten we deze ontwikkelingen niet afzonderlijk bekijken. Het gaat om de optelsom.
En dan is er de rente
Op 16 september verhoogde de Amerikaanse Federal Reserve de beleidsrente met 25 basispunten naar 3,75%–4,00%. Een dag later verhoogde de CBCS haar pledging rate naar 4,50%. Dat betekent niet dat iedere lening op Curaçao automatisch met hetzelfde percentage duurder wordt. De gevolgen verschillen per krediet en renteconstructie. Maar hogere internationale en lokale beleidsrentes kunnen wel leiden tot hogere financieringskosten, met name voor nieuwe of variabel gefinancierde leningen. Voor huishoudens betekent dat potentieel minder ruimte voor consumptie. Voor bedrijven kunnen hogere financieringskosten investeringen en bedrijfsvoering duurder maken.
Ook via die weg kan de koopkracht onder druk komen.
1,5% inflatie vertelt niet het hele verhaal
CBS rapporteerde voor juli 2026 een inflatie van 1,5%. Dat lijkt relatief beperkt. Maar een gemiddeld inflatiecijfer zegt niet precies wat ieder huishouden ervaart. Een gezin dat relatief veel uitgeeft aan energie, water, brandstof, voedsel en rentegevoelige verplichtingen kan een veel grotere druk op zijn budget ervaren dan het gemiddelde inflatiecijfer doet vermoeden. Daarom moeten we onderscheid maken tussen inflatie en koopkracht.
Inflatie meet de gemiddelde ontwikkeling van prijzen.
Koopkracht gaat over iets anders: wat kan een huishouden met zijn inkomen daadwerkelijk betalen nadat de noodzakelijke kosten zijn voldaan?
Daar ligt de echte beleidsvraag
Het debat over tariefverhogingen mag daarom niet stoppen bij de vraag of een verhoging technisch of financieel verklaarbaar is.
De volgende vragen zijn minstens zo belangrijk: Wat betekent de totale lastenontwikkeling voor verschillende groepen huishoudens? Wie heeft voldoende financiële buffer? Wie komt in de problemen? Welke huishoudens lopen het risico om schulden op te bouwen? En hoe zorgen we ervoor dat noodzakelijke voorzieningen betaalbaar blijven voor mensen die de minste ruimte hebben?
Curaçao zou daarom niet alleen naar inflatie moeten kijken, maar ook naar de ontwikkeling van het totale huishoudbudget.
Een koopkrachtmonitor die kijkt naar wonen, voedsel, energie, water, vervoer, verzekeringen en financieringslasten in verhouding tot het beschikbare inkomen zou veel meer inzicht geven in de werkelijke financiële druk.
Niet alleen wat iets kost, maar wat er overblijft
Prijsstijgingen kunnen economische redenen hebben. Maar daarmee verdwijnen de maatschappelijke gevolgen niet.
De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet alleen wat een kilowattuur elektriciteit, een kubieke meter water of een liter diesel kost.
De echte vraag is: Hoeveel van het inkomen blijft er over nadat een huishouden zijn noodzakelijke kosten heeft betaald?
Daar begint een serieuze analyse van koopkracht. Want de economische gezondheid van Curaçao wordt uiteindelijk niet alleen bepaald door macro-economische cijfers, maar ook door de financiële ruimte die gezinnen en werkenden iedere maand daadwerkelijk overhouden.
Luigi A. Faneyte
Bezoekers van Nu.cw kunnen ingezonden reacties mailen naar redactie@nu.cw. Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.







