De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) heeft haar officiële beleningsrente verhoogd naar 4,50%. De verplichte kasreserve blijft 18,50%. Tegelijkertijd past de CBCS haar programma voor Certificates of Deposit (CD’s) aan om de liquiditeit in het bancaire systeem beter te sturen.
Voor de financiële sector is dit een monetaire beleidsbeslissing. Voor Curaçao is het echter een economische ontwikkeling die verder reikt dan de muren van de centrale bank.
De vraag is daarom niet alleen waarom de rente stijgt, maar vooral: Hoe weerbaar is onze economie wanneer financiering duurder kan worden, importkosten onder druk staan en internationale onzekerheid toeneemt?
Duurder geld raakt de economie
De officiële rente van de CBCS is niet hetzelfde als de rente die consumenten en bedrijven bij hun commerciële bank betalen. Een verhoging kan echter wel doorwerken in de financieringsvoorwaarden.
Voor ondernemers kan dat betekenen dat financiering voor investeringen, werkkapitaal, apparatuur of uitbreiding duurder wordt. De economische transmissie is eenvoudig: hogere financieringskosten → minder aantrekkelijke investeringen → mogelijk minder kredietvraag → mogelijk minder economische activiteit. Dat is geen voorspelling, maar een economisch risico.
Vooral kleine en middelgrote ondernemingen verdienen aandacht. Zij zijn vaak sterker afhankelijk van bancaire financiering en hebben minder alternatieven om kapitaal aan te trekken. Wanneer investeringen worden uitgesteld, gaat het bovendien niet alleen om de ondernemer. Het raakt uiteindelijk ook economische groei, werkgelegenheid en toekomstige productiviteit.
De dubbele druk
De renteverhoging komt op een moment waarop de internationale omgeving onzeker blijft. CBCS wijst op geopolitieke spanningen, onzekerheid rond internationale handel en importtarieven en mogelijke verstoringen op de energiemarkten. Deze ontwikkelingen kunnen volgens de centrale bank de externe vraag verzwakken, importkosten verhogen en inflatoire druk veroorzaken.
Daarmee ontstaat een potentieel moeilijke combinatie: financiering kan duurder worden, terwijl geïmporteerde goederen en energie tegelijkertijd duurder kunnen worden. Voor een kleine, open en importafhankelijke economie als Curaçao is dat relevant.
Een ondernemer kan te maken krijgen met hogere financieringslasten én hogere kosten voor goederen, transport of energie. Een consument kan hogere kredietlasten ervaren terwijl de kosten van levensonderhoud onder druk blijven.
De uitdaging zit dus niet in één afzonderlijk risico, maar in de combinatie van risico’s.
Onze externe positie
Ook de ontwikkeling van de internationale reserves verdient aandacht.
Tot en met 31 augustus 2026 waren de bruto officiële reserves volgens CBCS met Cg 468,1 miljoen toegenomen. Voor heel 2026 wordt echter een daling van ongeveer Cg 332 miljoen verwacht. CBCS noemt onder meer het terugtrekken van middelen door de Nederlandse Staat uit haar rekening bij de centrale bank en een daling van de netto kapitaaloverdrachten.
De verwachte importdekking daalt daarmee van 4,7 maanden eind 2025 naar ongeveer 4,3 maanden eind 2026. CBCS benadrukt dat dit nog boven de norm van drie maanden ligt en dat de externe positie van de monetaire unie solide blijft. Er is dus op basis van deze cijfers geen reden om van een acute reservecrisis te spreken.
Maar voor een economie die sterk afhankelijk is van import, blijft de ontwikkeling van de reserves een belangrijke indicator van economische weerbaarheid.
Niet alleen de rente telt
Naast de rente past CBCS ook het CD-programma aan. Certificates of Deposit worden gebruikt om overtollige liquiditeit uit het bancaire systeem te absorberen. Tegelijkertijd bieden zij banken een mogelijkheid om liquiditeiten lokaal te plaatsen in plaats van deze middelen in het buitenland te investeren.
CBCS wil hiermee het liquiditeitsbeheer verbeteren en de effectiviteit van haar monetair beleid vergroten.
Het beleid draait dus niet alleen om de prijs van geld, maar ook om de beschikbaarheid en bestemming van liquiditeit.
Curaçao bepaalt de internationale rente niet
De renteverhoging staat bovendien tegen de achtergrond van het Amerikaanse monetaire beleid. De Federal Reserve verhoogde haar beleidsrente in september met 25 basispunten naar 3,75%–4,00%. CBCS bracht haar officiële rente naar 4,50%, waarmee zij een marge van 50 basispunten ten opzichte van de Amerikaanse rente handhaaft. Curaçao bepaalt de internationale monetaire omstandigheden niet.
Maar we kunnen wel bepalen hoe weerbaar onze eigen economische fundamenten zijn.
Monetair beleid kan niet alles oplossen
De CBCS kan rente en liquiditeit beïnvloeden. Maar zij kan niet zelfstandig zorgen voor hogere productiviteit, meer lokale productie, economische diversificatie, energiezekerheid of een sterker investeringsklimaat. Dat vraagt om een bredere economische beleidsagenda. Wanneer financiering duurder wordt, wordt productiviteit geen luxe maar een noodzaak.
Dat betekent investeren in productiviteit, ruimte creëren voor ondernemerschap, economische diversificatie versnellen en de energie- en financieringspositie van onze economie versterken.
Vooral levensvatbare MSME’s moeten toegang houden tot financiering om te kunnen groeien, vernieuwen en investeren. Een economie met sterke fundamenten kan externe schokken beter opvangen.
De vraag aan het economische beleid
De verhoging van de CBCS-rente is geen reden om de onafhankelijkheid van de centrale bank ter discussie te stellen. Een onafhankelijke centrale bank moet haar monetaire instrumenten kunnen inzetten op basis van haar mandaat en de economische omstandigheden. Maar het economische beleid van de regering moet daarop aansluiten.
Wat betekent de nieuwe renteomgeving voor Curaçaose MSME’s? Wat betekent zij voor private investeringen en koopkracht? En wat gebeurt er als hogere financieringskosten samengaan met hogere import- en energiekosten? Dit zijn vragen over de economische weerbaarheid van Curaçao.
De echte test
Curaçao kan de Federal Reserve, geopolitieke spanningen, internationale handelstarieven of mondiale energieprijzen niet bepalen. Wat we wél kunnen beïnvloeden, is hoe sterk onze eigen economische fundamenten zijn.
Dat betekent investeren in productiviteit, ondernemerschap en diversificatie. Het betekent ook werken aan energiezekerheid en een investeringsklimaat waarin bedrijven kunnen blijven vernieuwen.
Dat biedt geen garantie tegen externe schokken, maar vergroot wel het vermogen van een kleine open economie om die schokken op te vangen. De verhoging naar 4,50% is uiteindelijk slechts één cijfer.
De fundamentele vraag is: Hebben wij voldoende economische fundamenten om een periode van duurder geld, hogere externe kosten en internationale onzekerheid op te vangen?
Economische stabiliteit gaat niet alleen over de cijfers van een centrale bank. Het gaat erom dat huishoudens hun koopkracht kunnen behouden, ondernemers kunnen blijven investeren en de economie voldoende productief en gediversifieerd is om externe schokken op te vangen.
De CBCS heeft haar monetaire instrumenten aangepast aan de risico’s die zij signaleert. Nu is het aan het economische beleid om de fundamenten van Curaçao verder te versterken, zodat onze economie deze nieuwe werkelijkheid zo weerbaar mogelijk kan opvangen.
De rente is gestegen. Nu moet blijken hoe sterk onze economie werkelijk is.
Luigi A. Faneyte
Bezoekers van Nu.cw kunnen ingezonden reacties mailen naar redactie@nu.cw. Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.







