Opent in een nieuw tabblad
vrijdag 9 oktober 2026
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw

Wat jarenlang niet hardop werd gezegd, zei 2BAYS-directeur Patrick Newton deze maand wel: er komt nooit meer een traditionele raffinaderij op het Schottegat. Een paar dagen later bevestigde de Financiële Managementrapportage van het ministerie van Financiën dat zwart op wit. Ook in twee ingezonden brieven in de Amigoe eerder dit jaar heb ik betoogd dat die terugkeer niet realistisch was. Die discussie is nu in elk geval beslecht.

Orlando Meulens schreef er sindsdien meerdere stukken over. Zo verwelkomde hij het einde van een debat dat hij en GreenTown in 2011 hebben helpen starten. Daarbij maakte hij een terechte opmerking: het huidige aanbod van 2BAYS, bestaande uit opslag, asfalt, grafiet, maritieme diensten en hernieuwbare energie, is een lijst van projecten, geen plan. Hij nodigde het publiek uit mee te denken over wat de raffinaderij moet vervangen, in plaats van die vraag uitsluitend bij 2BAYS neer te leggen. Die uitnodiging neem ik graag aan.

In andere stukken richtte Meulens zich op het verleden. Eerst vroeg hij de Economenclub te berekenen wat vijftien jaar zoeken naar een nieuwe exploitant aan gemiste banen, investeringen en belastinginkomsten heeft gekost. Een dag later verlegde hij die vraag naar iets concreters: een onafhankelijke financiële reconstructie van 2011-2026 van wat er daadwerkelijk is uitgegeven, inclusief de ongeveer 40 miljoen gulden die volgens premier Pisas sinds 2013 is besteed aan de zoektocht naar een exploitant, plus zo’n 10 miljoen dollar aan gederfde inkomsten en kosten toen de deal met Oryx/Vigor afketste.

Zo’n reconstructie verdient een plek in dit debat. De bevolking heeft er recht op te weten wat er daadwerkelijk is uitgegeven, en dat kan prima naast vooruitkijken bestaan. Waar ik wel moeite mee heb, is het idee om ook te berekenen wat een exploitant had kunnen opleveren. Dat is geen boekhouding, maar een rekensom over een geschiedenis die nooit heeft bestaan en die per definitie sterk afhankelijk is van aannames.

Hoe bouw je dan een geloofwaardig alternatief? Voor dat antwoord hoeft 2BAYS niet ver te kijken. In en rond Buskabaai ontstaat een aanpak waarin sanering, maritieme infrastructuur en economische ontwikkeling met elkaar worden verbonden. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de sanering van het voormalige asfaltmeer en de bredere sanerings- en ontwikkelopgave van het Buskabaai-gebied zelf.

Van het voormalige asfaltmeer van ongeveer 59 hectare is inmiddels circa 15 hectare gesaneerd, terwijl de resterende sanering naar verwachting nog enkele jaren zal duren. Overheid en bedrijfsleven werken samen via de Programmatische Maritieme Tafel, terwijl de havenontwikkeling inspeelt op de groei van de offshore-industrie in Guyana en Suriname.

Buskabaai heeft nog niet bewezen dat het zijn beloften zal waarmaken. De belangrijkste resultaten moeten nog komen. Maar juist daarom is de aanpak interessant: sanering en economische ontwikkeling worden niet als losstaande vraagstukken behandeld en publieke en private partijen werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van het gebied. Dat verdient zowel kritische aandacht als steun.

Buskabaai is daarmee meer dan een los project. Het laat zien hoe ook 2BAYS zijn eigen transitie kan aanpakken, temeer omdat de betrokken organisaties grotendeels al aan dezelfde tafel zitten. Op het raffinaderijterrein gebeurt die omslag deels al. 2BAYS herstelt bestaande opslagtanks in plaats van nieuwe te bouwen en sloot eerder een overeenkomst met NAVCARIB om de voormalige Van Leer-locatie om te vormen tot een scheepsreparatiewerf voor kleinere schepen.

Aan ideeën ontbreekt het 2BAYS dus niet. Opslag, asfalt, grafiet en scheepsreparatie zijn allemaal genoemd. Wat nog ontbreekt, is wat bij Buskabaai wel zichtbaar begint te worden: een programmatische aanpak met duidelijke doelen, betrokken partijen, concrete mijlpalen en een gefaseerde ontwikkeling.

Niet omdat elk project gegarandeerd zal slagen, maar omdat vooruitgang alleen zichtbaar en toetsbaar wordt wanneer er concrete doelen bestaan waarop overheid, bedrijfsleven en publiek kunnen sturen.

Dat is uiteindelijk ook het antwoord op Meulens’ vraag, alleen vooruitkijkend in plaats van terugblikkend: hoe ziet het eruit wanneer Curaçao stopt met wachten op een raffinaderij en iets anders bouwt? Het belangrijkste is niet een definitief bedrag te plakken op een verloren verleden, maar ervoor te zorgen dat projecten die al in ontwikkeling zijn daadwerkelijk van de grond komen.

Daar zou de energie van dit debat naartoe moeten gaan. Sinds GreenTown in 2011 de discussie over een alternatief voor de raffinaderij op gang bracht, heeft Curaçao veel tijd besteed aan de vraag wat daarna moest komen.

Vijftien jaar later weten we tenminste één ding zeker: het wordt geen raffinaderij.

Het moment om alleen over alternatieven te debatteren loopt ten einde. Het moment om ze te bouwen is al begonnen.

Michael Brandes

Curaçao

Bezoekers van Nu.cw kunnen ingezonden reacties mailen naar redactie@nu.cw. Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.

Beeld: De Pijnboom