Opent in een nieuw tabblad
maandag 12 oktober 2026
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw

De recente uitspraak van 2BAYS-directeur Patrick Newton verdient meer aandacht dan zij tot nu toe heeft gekregen. Tijdens een bezoek van de Vereniging van Nederlands Caribische Economen aan het Schottegat verklaarde Newton dat er op het voormalige Isla-terrein nooit meer een traditionele raffinaderij zal komen. Daarmee lijkt een hoofdstuk te worden afgesloten dat Curaçao bijna vijftien jaar heeft beziggehouden.

Sinds 2011 is geprobeerd een toekomst voor de raffinaderij te vinden. De tijdlijn is inmiddels indrukwekkend: PDVSA, GZE, Motiva/Aramco, Klesch, CORC, CPR, Global Oil en uiteindelijk Oryx/Vigor. Regeringen wisselden, kandidaten kwamen en verdwenen en steeds opnieuw werd gezocht naar een partij die activiteiten op het terrein kon hervatten. De samenwerking met Oryx/Vigor liep begin dit jaar eveneens stuk.

Nu weten we voor het eerst ook iets over de rekening. Premier Gilmar Pisas verklaarde onlangs in de Staten dat sinds de oprichting van het multidisciplinaire projectteam in 2013 ongeveer 40 miljoen gulden is uitgegeven aan de zoektocht naar een nieuwe exploitant. Gemiddeld ruim drie miljoen gulden per jaar. Daarbovenop kwam volgens de regering bij het mislukken van de overeenkomst met Oryx/Vigor ongeveer tien miljoen dollar aan gemiste inkomsten en operationele kosten voor 2BAYS en CRU.

Maar daarmee kennen we de totale rekening nog steeds niet.

Want hoeveel heeft Curaçao in al die jaren werkelijk besteed aan RdK en CRU, consultants, advocaten, due diligence, reizen, onderhandelingen, onderhoud, beveiliging en het operationeel houden van installaties? Welke bedragen zijn afgeschreven? Welke vorderingen zijn uiteindelijk niet geïnd? En welke financiële verplichtingen heeft het Land direct of indirect gedragen?

Ook de afwikkeling met PDVSA verdient daarin een plaats. In de tijdlijn rond de raffinaderij wordt gesteld dat een claim van RdK van US$1,1 miljard uiteindelijk is teruggebracht naar US$450 miljoen. Dat verschil van US$650 miljoen kan niet zonder nader financieel en juridisch onderzoek als verlies worden aangemerkt. Maar een verschil van die omvang rechtvaardigt wel dat precies wordt uitgelegd hoe de uiteindelijke overeenkomst tot stand is gekomen.

Daarom lijkt mij dit het juiste moment voor een onafhankelijke financiële reconstructie over de periode 2011–2026. Niet om achteraf politieke schuldigen aan te wijzen, maar omdat goed bestuur vereist dat we weten wat beleid heeft gekost en wat het heeft opgeleverd.

De uitspraak van Newton maakt die evaluatie des te relevanter. In 2023 sprak dezelfde Newton nog zijn vertrouwen uit in heropening van de raffinaderij. Vijftien oliemaatschappijen zouden belangstelling hebben en hij verwachtte dat raffinage nog twintig tot dertig jaar relevant kon blijven. Drie jaar later zegt hij dat er nooit meer een raffinaderij komt. Zo’n fundamentele koerswijziging kan economisch verstandig zijn, maar dan moet ook duidelijk worden op welke analyse die nieuwe koers rust.

Want ondertussen begint alweer een volgende fase. 2BAYS spreekt over asfalt, grafiet, olieopslag en maritieme activiteiten. Eerder werden ook waterstof, recycling, zonne-energie, voedselproductie en andere industriële activiteiten genoemd. Sommige daarvan kunnen uitstekende kansen voor Curaçao zijn. Maar na vijftien jaar zoeken zou de les juist moeten zijn dat een verzameling mogelijke projecten nog geen economische ontwikkelingsstrategie vormt.

Voor ieder nieuw project moeten daarom vooraf de investering, financiering, werkgelegenheid, risico’s, infrastructuur, milieugevolgen en verwachte bijdrage aan de Curaçaose economie inzichtelijk zijn. En minstens zo belangrijk: de sanering van het zwaar industrieel gebruikte terrein moet onderdeel zijn van diezelfde ontwikkelingsstrategie.

Newton heeft met zijn uitspraak feitelijk een streep gezet onder het tijdperk van de traditionele raffinaderij. Dat biedt Curaçao de mogelijkheid om vooruit te kijken. Maar voordat we opnieuw miljoenen investeren in de volgende bestemming van dit strategisch belangrijke gebied, hoort één vraag te worden beantwoord:

Wat heeft vijftien jaar zoeken naar een toekomst voor de raffinaderij Curaçao in totaal gekost, en wat hebben we ervoor teruggekregen?

We kennen nu een eerste bedrag: 40 miljoen gulden voor de zoektocht naar een exploitant. Nu de rest van de rekening nog.

Die rekening behoort niet toe aan 2BAYS of aan een regering.

Die behoort toe aan de bevolking van Curaçao.

Orlando Meulens

Bezoekers van Nu.cw kunnen ingezonden reacties mailen naar redactie@nu.cw. Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.

1 reactie

  • Prachtig betoog dat laat zien hoeveel het eiland verloren heeft door met alle macht vast te houden aan een hopeloos voltooid verleden. Al 15 jaar geleden waren er plannen om het Schottegat-gebied stapsgewijs te ontruimen, saneren en nieuwe, levensvatbare stadsontwikkeling uit te rollen. Nu 15 jaar later was wellicht nog niet alles opgeruimd en opgeschoond maar in ieder geval wel het grootste deel en had iedereen zich kunnen richten op het bewoonbaar/leefbaar maken van deze unieke binnenhaven en omgeving.
    .
    Maar ook dat verlies is voltooid verleden tijd, niet meer terug te draaien. De blik moet vooruit naar de toekomst: elke dag is een nieuwe kans om de start te worden voor deze nieuwe toekomst van Curaçao maar dan zonder al die verschrikkelijke plannen die op dat voltooide verleden zijn gebouwd. Curaçao verdient beter.

Reacties zijn gesloten.