De Curaçaose gokindustrie is opnieuw onderwerp van internationaal onderzoek. Het sportjournalistiek platform Josimar Football, de organisatie Play the Game en het Nederlandse dagblad Trouw onderzochten de omvang van de sector, de bedrijven achter de vergunningen en de rol van trustkantoren op Curaçao.
Uit gegevens van de Curaçao Gaming Authority (CGA) blijkt volgens het onderzoek dat er in augustus meer dan 600 actieve, lopende of verbeurde vergunningen waren. Daarnaast waren ongeveer vijftig vergunningen ingeleverd. Alleen al de B2C-vergunningen, vergunningen voor bedrijven die rechtstreeks online gokdiensten aan consumenten aanbieden, zouden jaarlijks zo’n 30 miljoen euro kunnen opleveren. Ongeveer de helft daarvan gaat naar de schatkist, wat neerkomt op circa 100 euro per inwoner.
De onderzoekers zijn vooral kritisch omdat trust constructies volgens hen kunnen verhullen wie de uiteindelijke eigenaren van gokbedrijven zijn en waar het geld naartoe gaat. Zo zou Odin Trust B.V. statutair betrokken zijn bij minimaal zes bookmakers.
Ook wordt gewezen op de beperkte economische bijdrage van de sector. Volgens het onderzoek betalen veel bedrijven die vrijwel volledig verdienen aan buitenlandse gokkers aanzienlijk minder belasting dan het reguliere tarief.
De CGA zegt dat vergunninghouders wel degelijk worden gecontroleerd. De toezichthouder zegt dat bedrijven worden beoordeeld op onder meer hun bedrijfsstructuur en uiteindelijk belanghebbenden en dat risico-gestuurd toezicht wordt uitgevoerd.










