dinsdag 8 september 2026
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw

Maandag wordt bij mijn huis in Nederland de GFT-container opgehaald. Vrijdag is de restafvalcontainer aan de beurt en minstens één keer per maand wordt het oud papier opgehaald. Heb ik meer afval, bijvoorbeeld omdat ik mijn schuur heb opgeruimd, dan rijd ik naar het milieupark. Daar staan aparte containers voor hout, metaal, plastic, elektrische apparaten en verschillende andere soorten afval. Je rijdt naar binnen en gooit zelf ieder materiaal in de daarvoor bestemde container.

Een paar weken geleden deed ik dat weer. De medewerker die mij hielp, bleek toevallig een Curaçaoënaar te zijn. We raakten kort aan de praat en terwijl ik mijn afval aan het scheiden was, gingen mijn gedachten ineens naar Malpais. Onze landfill. Onze afvalberg. En ik dacht: waarom zouden wij dit op Curaçao niet veel systematischer kunnen organiseren? Maar vrijwel onmiddellijk volgde een veel interessantere gedachte. Wij kijken bij Malpais steeds naar wat er vandaag bijkomt. Maar wat doen wij eigenlijk met alles wat daar gedurende tientallen jaren al terecht is gekomen?

Bijna honderd jaar lang heeft Curaçao huizen gebouwd en afgebroken, wegen aangelegd en vernieuwd, auto’s geïmporteerd en afgedankt, water- en elektriciteitsleidingen vervangen en steeds meer consumptiegoederen ingevoerd. Een deel daarvan is uiteindelijk op dezelfde plaats terechtgekomen. Beton, ijzer, koper, lood, kabels, auto-onderdelen, glas, asfalt, hout en later steeds grotere hoeveelheden plastic.

En ongetwijfeld bevinden zich daar ook materialen die wij tegenwoordig liever niet meer tegenkomen, zoals asbest en andere schadelijke stoffen. Malpais is daardoor niet alleen een afvalberg geworden. Het is in zekere zin ook een opeenstapeling van tientallen jaren economische ontwikkeling van Curaçao. Wat wij importeerden, gebruikten, bouwden, afbraken en uiteindelijk weggooiden, ligt daar gedeeltelijk opgeslagen. Dat bracht mij bij een andere vraag: wat als wij Malpais niet alleen als vuilnisbelt bekijken, maar ook als een mogelijke grondstoffenvoorraad?

Dat idee is minder vreemd dan het misschien klinkt. Internationaal bestaat inmiddels het concept landfill mining: oude stortplaatsen worden onderzocht om te bepalen welke materialen kunnen worden teruggewonnen, welke gevaarlijke stoffen verwijderd of veilig behandeld moeten worden en of delen van het terrein uiteindelijk opnieuw bruikbaar kunnen worden gemaakt.

Ik beweer daarmee nadrukkelijk niet dat Curaçao morgen graafmachines naar Malpais moet sturen. Integendeel. De eerste stap moet juist onderzoek zijn. Een mijnbouwbedrijf begint tenslotte ook niet zomaar ergens te graven omdat iemand vermoedt dat er koper in de grond zit. Eerst wordt onderzocht wat er aanwezig is, waar het zit, in welke concentraties en of winning technisch en economisch haalbaar is. Waarom zouden wij Malpais niet op dezelfde manier benaderen?

Dat onderzoek zou verder moeten gaan dan alleen enkele gaten boren. Wij beschikken namelijk over iets interessants: onze eigen economische geschiedenis. Wanneer werden grote wijken gebouwd? Welke bouwmaterialen werden toen gebruikt? Wanneer werden water-, elektriciteits- en telefoonleidingen aangelegd of vervangen? Wanneer nam het autobezit sterk toe? Wanneer werd plastic dominant in verpakkingen en huishoudelijke producten? In welke perioden vonden grote bouw- en sloopactiviteiten plaats? Afval vertelt namelijk geschiedenis.

Als wij weten wat Curaçao in verschillende perioden importeerde, bouwde, gebruikte en verving, kunnen wij waarschijnlijk ook beter voorspellen wat in bepaalde lagen van Malpais terecht is gekomen. Vervolgens kunnen boringen en laboratoriumonderzoek aantonen of die veronderstellingen kloppen. Zo ontstaat uiteindelijk iets wat je bijna een grondstoffenkaart van Malpais zou kunnen noemen: waar bevinden zich interessante hoeveelheden metalen en bouwmaterialen, waar zitten vooral plastics en waar bevinden zich asbest, lood of andere gevaarlijke stoffen die juist met de grootste voorzichtigheid behandeld moeten worden?

Daarmee komen we bij een belangrijk onderscheid. Niet alles wat uit Malpais wordt gehaald is automatisch recyclebaar en niet alles wat gevaarlijk is, is automatisch waardeloos. Sommige metalen kunnen schadelijk zijn wanneer ze ongecontroleerd in het milieu terechtkomen, maar tegelijkertijd economische waarde hebben wanneer ze veilig worden teruggewonnen en verwerkt.

Andere materialen, zoals asbest, vormen vooral een risico en vereisen gespecialiseerde behandeling. Beton, asfalt en andere minerale materialen zouden mogelijk opnieuw als bouwmateriaal kunnen worden gebruikt, mits onderzoek uitwijst dat dit technisch en milieukundig verantwoord is. Plastics vormen weer een ander probleem omdat oude plastics vermengd, vervuild en afgebroken kunnen zijn. Daarom moet de volgorde zijn: eerst identificeren, vervolgens scheiden en onderzoeken, terugwinnen wat veilig en economisch bruikbaar is, gevaarlijke stoffen behandelen en alleen datgene waarvoor werkelijk geen toepassing bestaat opnieuw gecontroleerd opslaan.

Maar ook dan maken wij een fout als wij de economische haalbaarheid uitsluitend berekenen op basis van wat een kilo koper, een ton staal of een hoeveelheid gerecycled materiaal oplevert. Curaçao is een klein eiland en grond is schaars. Wanneer delen van Malpais uiteindelijk veilig kunnen worden afgegraven en gesaneerd, ontstaat ook grond die opnieuw economische of maatschappelijke waarde kan krijgen. Daarnaast kunnen toekomstige milieukosten worden voorkomen. De werkelijke rekensom wordt daardoor veel interessanter: de waarde van teruggewonnen materialen, plus de waarde van teruggewonnen grond, plus vermeden toekomstige milieukosten, plus nieuwe economische activiteiten en uiteindelijk misschien zelfs de waarde van de kennis die wij tijdens dat proces ontwikkelen.

Want daar zie ik opnieuw een mogelijkheid die verder gaat dan alleen Curaçao. De afgelopen tijd heb ik in verschillende stukken geprobeerd vanuit dezelfde strategische gedachte naar onze economie te kijken: welke mogelijkheden bezitten wij al, maar herkennen wij niet meer omdat wij eraan gewend zijn geraakt?

Bij Aqualectra stelde ik de vraag of bijna honderd jaar ervaring met het produceren van drinkwater uit zeewater niet méér is dan alleen het exploiteren van een nutsbedrijf. Die opgebouwde kennis zou ook economische waarde buiten Curaçao kunnen krijgen. Bij Malpais stel ik eigenlijk dezelfde vraag.

Als Curaçao leert hoe een kleine eilandeconomie een oude afvalberg onderzoekt, gevaarlijke stoffen beheerst, grondstoffen terugwint, grond rehabiliteert en tegelijkertijd een moderne circulaire afvalketen opbouwt, ontwikkelen wij kennis waarmee veel andere eilanden eveneens worstelen.

Daarmee kom ik terug bij die containers bij mijn huis. Het zou natuurlijk weinig zin hebben om Malpais aan de ene kant langzaam af te graven terwijl wij aan de andere kant gewoon doorgaan met nieuwe materialen bovenop de berg te gooien. Het systeem voor nieuw afval moet daarom tegelijkertijd veranderen. Wat vandaag wordt weggegooid, moet zoveel mogelijk vandaag worden gescheiden: metaal bij metaal, hout bij hout, bouwmateriaal apart, glas apart, organisch afval apart, elektronica apart en gevaarlijke stoffen in een gecontroleerde stroom.

Precies zoals ik een paar weken geleden mijn schuurafval naar verschillende containers bracht. Dan ontstaan uiteindelijk twee processen naast elkaar: wij ruimen het verleden langzaam op en voorkomen tegelijkertijd dat wij voor toekomstige generaties opnieuw dezelfde berg bouwen.

Na ruim tweeëntwintig jaar Business Administration te hebben gedoceerd, ben ik steeds meer overtuigd geraakt van een eenvoudige strategische les. Een organisatie, maar uiteindelijk ook een land, moet niet alleen zoeken naar wat het nog niet bezit. Het moet vooral leren herkennen wat het gedurende zijn ontwikkeling al heeft opgebouwd. Daarom kijk ik naar onze ervaring met water.

Daarom zoek ik naar nieuwe economische activiteiten die passen bij onze ligging, schaal en kennis. En daarom kijk ik nu anders naar een berg waar wij al generaties lang ons afval naartoe brengen. Misschien blijkt na serieus onderzoek dat een groot gedeelte van Malpais economisch helemaal niet terug te winnen is. Dan moeten wij ook bereid zijn dat te accepteren. Maar dat weten wij pas nadat wij het onderzocht hebben.

Mijn voorstel is daarom voorlopig verrassend eenvoudig: graaf Malpais nog niet af. Onderzoek het eerst alsof het een mijn is. Breng in kaart wat erin zit, bepaal wat gevaarlijk is, onderzoek wat technisch teruggewonnen kan worden en bereken vervolgens de totale maatschappelijke en economische waarde.

Misschien vinden wij uiteindelijk vooral afval. Maar misschien ontdekken wij dat Curaçao gedurende bijna honderd jaar, zonder het zelf te beseffen, een voorraad grondstoffen heeft aangelegd. En misschien kan juist die afvalberg ons dwingen eindelijk na te denken over hoe wij in de komende honderd jaar met onze grondstoffen omgaan. Dat lijkt mij minstens het onderzoeken waard.

Orlando Meulens

Bezoekers van Nu.cw kunnen ingezonden reacties mailen naar redactie@nu.cw. Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.

2 comments

  • Dank u ! Ik voelde me altijd een enorm schuldig als ik glas, blik, lege PET-flessen, frituurolie en oude batterijen in de groene container mikte. Maar nu besef ik dat ik gewoon bijgedragen heb aan de toekomstige winning van waardevolle stoffen. Afval storten op Malpais is nu gratis maar eigenlijk zou je geld toe moeten krijgen voor je bijdrage aan deze goudmijn.

    • Orlando Meulens

      Beste Chris, het artikel bestaat uit meer dan alleen een titel.
      Groet

      Orlando

Reacties zijn gesloten.