zaterdag 18 juli 2026
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw

Ik kom even terug op het opiniestuk van Stanley Betrian, voormalig gezaghebber van het toenmalige Eilandgebied Curaçao en ex-premier van een interim-kabinet van het land Curaçao (AD van 9-06-2026).

De heer Betrian reageert op een bericht dat aangaf dat de huidige regering “voornemens is” om een nieuwe campagne op te zetten rond het “formuleren” van een visie voor de toekomst van het eiland. De aanhalingstekens die ik plaats, hebben hun reden. Zowel het feit dat men zich “iets voorneemt” en dat men daarbij ervan uitgaat dat men “iets wenst uit te werken of te formuleren”, wijst erop dat er één en ander scheef loopt.

De auteur haalt eigenlijk een voorbeeld aan dat zich laat voelen binnen verschillende geledingen van het bestuursapparaat. Hij verwijst naar het National Development Plan 2015-2030. Dit ontwikkelingsplan kwam tot stand binnen een nationaal overlegplatform (Plataforma di Dialogo Nashonal – Korsou ta Avansa) waarin de belangrijkste sectoren binnen de gemeenschap waren vertegenwoordigd. Ook de toenmalige regering, verschillende belangengroepen en vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers waren op de afspraak en namen actief deel. Het plan werd eveneens technisch ondersteund en ondertekend door UNDP, een VN-ontwikkelingsprogramma. 

Kortom, het draagvlak ervan was zeer ruim en de internationale ervaring van leden van UNDP versterkte alleen maar de visie en haalbaarheid van het plan en het bijhorende implementatietraject. De regering keurde unaniem het ontwikkelingsplan goed en goot het in een Landsbesluit ter voorlegging en goedkeuring. En toen viel het proces van aanvaarding stil. De regering heeft het plan nooit voorgelegd aan de Staten ter goedkeuring. De uitvoering ervan werd dus nooit wettelijk verankerd in een toekomstig beleid.

De vraag luidt nu als volgt: waarom zoveel inspanningen doen om een gefundeerd ontwikkelingsplan met de grootst mogelijke draagkracht ter wereld te brengen om te eindigen in een doodlopend straatje? Beleid moet steeds geënt worden op regelgeving, anders blijft het dode letter en wordt elke actie afzonderlijk onder de loep genomen. Dit is geen losstaand voorbeeld maar hoort thuis in een rijtje van ambitieuze en kostelijke visionaire projecten waarbij de overheid naliet om het geleverde werk juridisch te waarderen en te stroomlijnen.

Ook pijnlijk om te zien is de snelheid (noem het eerder “traagheid”) waarmee de verschillende overheden zich momenteel wapenen voor de toekomst. Met groot vertoon staat men op verschillende jobbeurzen, zowel op het eiland als in Nederland. Deelname aan de carrièrebeurs te Amsterdam is op zich reeds erg duur (veel bedrijven haken af), om nog niet te spreken van het leger aan ambtenaren dat afreist om de standen te bemannen. De belastingbetaler deelt mee in de kosten. 

Het is dan des te erger om te zien dat het overgrote deel van de kandidaten die zich eind april aanmeldden op die beurs, na een automatisch bericht met de melding “we nemen zo snel mogelijk contact met u op”, tot op de dag van vandaag letterlijk niets meer vernamen over hun kandidatuur. 

Denkt de overheid echt dat deze personen op dit moment nog allemaal beschikbaar zijn? Is deze overheid dan wel nog geloofwaardig? Is men dan elke vorm van respect verloren? Ondertussen liggen projecten stil. Stilstaan is echter achteruitgaan in de wereld van vandaag. Werk aan de winkel dus!

Naam bekend bij de redactie

Bezoekers van Nu.cw kunnen ingezonden reacties mailen naar redactie@nu.cw. Lezers die brieven, ingezonden stukken of reacties sturen ter publicatie, verlenen door inzending onbeperkt toestemming het materiaal te publiceren. NU.cw is niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden reacties.