Zonne-energiebedrijf Otium heeft opnieuw gelijk gekregen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. De rechter heeft bepaald dat de minister alsnog een besluit moet nemen over de vergunningaanvraag van het bedrijf. Gebeurt dat niet vóór 1 januari 2027, dan moet de overheid een uitzonderlijk hoge dwangsom van 1 miljoen gulden betalen.
Het Hof oordeelde woensdag dat de minister zich niet heeft gehouden aan een eerdere uitspraak. Vorig jaar kreeg de minister al de opdracht om binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen over de vergunningaanvraag van Otium, maar die deadline werd niet gehaald.
Nu heeft het Hof een nieuwe termijn gesteld. Voor 1 januari komend jaar moet de minister beleid ontwikkelen voor de verdeling van productiecapaciteit voor elektriciteit en vervolgens een nieuw besluit nemen over de aanvraag van Otium. Daarbij moet overleg plaatsvinden met betrokken partijen, waaronder Otium zelf.
Dat gebeurde tot op heden niet. Otium stelt dat het jarenlang buiten gesprekken is gehouden en dat pogingen om in overleg te treden met zowel de overheid als Aqualectra zonder resultaat bleven. Volgens het bedrijf zorgt de voortdurende vertraging ervoor dat de ontwikkeling van het zonnepark op het eiland wordt tegengehouden. Het doel van Otium is het uitbreiden van de energie-aanbieders op het eiland, zodat electriciteit goedkoper wordt voor de bevolking.
De zaak loopt al langere tijd. In september vorig jaar vernietigde het Hof de eerdere afwijzing van de vergunning door de overheid. Volgens het Hof was die afwijzing gebaseerd op een verkeerde aanname dat Otium een vergunning wilde voor zowel de productie als levering van elektriciteit. Het bedrijf had juist een vergunning aangevraagd om alleen stroom op te wekken met zonnepanelen en die via het netwerk van Aqualectra te laten distribueren.
Otium wacht al sinds 2021 op een definitief besluit over de vergunningaanvraag.












