PNP-Statenlid Sheldry Osepa maakt zich zorgen over de vermissing van Jordan Pietersz, een medewerker van het Curaçaohuis die als klokkenluider misstanden binnen de organisatie aan de kaak stelde. Volgens Osepa is al bijna twee weken onduidelijk waar Pietersz zich bevindt. Dat meldt het Antilliaans Dagblad.
In een brief aan minister-president Gilmar Pisas schrijft Osepa dat familieleden, vrienden en bekenden geen contact met Pietersz hebben kunnen krijgen. Ook zouden er geen transacties of andere signalen zijn die duidelijkheid geven over zijn verblijfplaats. “Tot op heden is er al twee weken geen enkel teken van leven van zijn kant.”
Volgens Osepa had Pietersz eerder informatie gedeeld over vermeende misstanden binnen het Curaçaohuis. Hij stelt dat Pietersz vervolgens te maken kreeg met tegenwerking, waaronder het stopzetten van zijn salaris, wat sinds eind vorig jaar zo gedaan schijnt te zijn.
De parlementariër noemt de situatie zorgwekkend en is bang dat het om een wraakactie vanuit het kabinet gaat. Daarom vraagt hij de regering om actief mee te helpen bij het vinden van Pietersz. Daarnaast wil hij antwoord op verschillende vragen, waaronder of er een procedure loopt om de arbeidsrelatie met Pietersz te beëindigen en welke inspanningen worden geleverd om hem op te sporen.
Osepa zegt dat de regering Pietersz en zijn familie duidelijkheid verschuldigd zijn over de vermissing.












