Op Bonaire blijft Papiamentu in het onderwijs een ondergeschikte rol spelen, terwijl het voor veel leerlingen de moedertaal is. Onderwijsexperts en docenten waarschuwen dat leerlingen hierdoor achterstanden oplopen in met name het Nederlands, terwijl duidelijke minimumeisen ontbreken. Dat meldt de ochtendkrant Extra.
Sinds 2022 zijn er wel leerlijnen en een referentiekader ingevoerd voor Papiamentu, inclusief toetsen en een verplichte doorstroomtoets aan het einde van groep 8. Deze toets meet onder meer Papiamentu, Nederlands als vreemde taal en rekenen.
Toch blijkt in de praktijk dat de uitvoering achterblijft. Papiamentu wordt op een lager niveau getoetst dan het Nederlands, wat volgens taaldeskundigen zorgt voor ongelijkheid tussen leerlingen met verschillende taalachtergronden. Ook zijn er geen landelijke minimumeisen vastgesteld voor het vak.
Daarnaast bepalen schoolbesturen zelf hoeveel tijd aan Papiamentu wordt besteed, waardoor de lesuren sterk verschillen per school. Toezicht door de Inspectie van het Onderwijs verloopt moeizaam, omdat regelgeving rond toetsen nog niet volledig is uitgewerkt.
Docenten geven aan dat leerlingen met grote taalverschillen doorstromen naar het voortgezet onderwijs. Volgens hen heeft dat niet alleen gevolgen voor prestaties, maar ook voor het zelfbeeld van leerlingen en de waardering van hun taal en cultuur.
Ook in het middelbaar en beroepsonderwijs blijft Papiamentu beperkt aanwezig. Het vak telt nauwelijks mee in examens en wordt vaak gezien als moderne vreemde taal in plaats van moedertaal, wat volgens betrokkenen problemen oplevert bij vervolgstudies.
Het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap reageert niet inhoudelijk op de kritiek en zegt in overleg te blijven met betrokken partijen. De Inspectie van het Onderwijs benadrukt dat zij binnen bestaande wettelijke kaders toezicht houdt.











