De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) heeft het Hof van Justitie gevraagd om het Openbaar Ministerie te verplichten strafrechtelijk op te treden in de zogenoemde Ennia-zaak. Volgens de toezichthouder blijft vervolging uit, terwijl het gaat om een financieel schandaal met grote gevolgen voor verzekerden en het vertrouwen in de sector, meldt het Antilliaans Dagblad.
Volgens toezichthouders en eerdere onderzoeken zijn er binnen verzekeraar Ennia grote geldstromen geweest die mogelijk niet op de juiste manier zijn gebruikt. Daardoor zou er forse financiële schade zijn ontstaan, waardoor de positie van het bedrijf en de zekerheid van polishouders onder druk kwamen te staan.
De centrale bank diende eerder een klacht in omdat het Openbaar Ministerie geen vervolgstappen zette. Volgens de CBCS gaat het om ernstige vermoedens van financieel wanbeheer en mogelijk strafbare handelingen binnen en rond het bedrijf, waarbij geld van verzekerden in gevaar is gekomen.
“De zaak heeft direct impact gehad op polishouders en het vertrouwen in het financiële stelsel”, stelt een woordvoerder van de centrale bank. Volgens de toezichthouder is strafvervolging nodig om duidelijkheid te krijgen over wat er precies is gebeurd.
De zaak om tot vervolging over te gaan, werd achter gesloten deuren behandeld door het Hof van Justitie. Wanneer er een uitspraak komt, is nog niet bekend. Mogelijk volgt nog een extra zitting.
Het Openbaar Ministerie heeft geen inhoudelijke reactie gegeven en zegt niet in te gaan op individuele zaken.










