Het hof heeft de bestuurder van Caribbean Hospitality Management (CHM) veroordeeld tot terugbetaling van ruim 400 duizend Caribische gulden aan Korpodeko. De ontwikkelingsbank verstrekte eerder kredieten aan een vennootschap die later failliet ging. De bestuurder was hoofdelijk verbonden aan de leningsovereenkomsten.
In eerste aanleg werd de vordering nog afgewezen, maar in hoger beroep oordeelt het hof anders. Volgens het hof is niet gebleken dat Korpodeko haar zorgplicht heeft geschonden. De bestuurder stelde dat de bank onvoldoende had gedaan om zekerheden, waaronder hotelinventaris, uit te winnen. Het hof verwerpt dat verweer en stelt dat Korpodeko voldoende inspanningen heeft verricht.
De zaak kent een lange voorgeschiedenis. CHM sloot in de jaren 2007, 2011 en 2014 kredietovereenkomsten. Later ontstonden schulden en geschillen met onder meer de Ontvanger en OWDC. In 2017 volgde het faillissement. In 2018 werd een regeling getroffen over de verkoop van beslagen goederen.
Het hof veroordeelt de bestuurder tot betaling van 404.342 gulden, vermeerderd met rente. Ook moet hij de proceskosten dragen.







