De rechter heeft het beroep van een Venezolaanse man tegen de afwijzing van zijn verzoek om bescherming op grond van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ongegrond verklaard. De man kwam in april 2024 illegaal per boot Curaçao binnen en kreeg een uitzettingsbevel en een inreisverbod van drie jaar. Dat meldt het Antilliaans Dagblad.
In juni 2024 diende hij een verzoek om bescherming in, omdat hij bij terugkeer een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling zou lopen. Volgens zijn relaas had hij problemen vanwege zijn betrokkenheid bij de oppositiepartij Copei en werd hij jarenlang vastgezet zonder veroordeling. Hij beweerde slachtoffer te zijn geweest van afpersingen, mishandelingen en bedreigingen.
Het Gerecht oordeelde echter dat de minister zorgvuldig handelde en dat de verklaringen van de man onvoldoende concreet waren. Er was geen bewijs van recente vervolging of ernstige bedreigingen. Ook eerdere detenties en beschietingen konden niet als relevant worden aangemerkt. De minister beoordeelde de feiten correct en zag geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM.
De uitzetting blijft dus van kracht. De man kan nog in hoger beroep gaan, maar de procedure moet binnen zes weken worden gestart.







