zaterdag 17 januari 2026
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw

Wie het Curaçaose team afdoet als ‘afdankertjes’, miskent niet alleen de diaspora, maar ook de wederkerigheid van sportieve bijdragen in het Koninkrijk der Nederlanden. Dit artikel is geschreven door Jan Bant en Karym Leito, gepubliceerd in Trouw op 7 december 2025, 22.00 uur. Dit is een ingezonden opiniestuk. Het standpunt in dit artikel is niet per definitie ook het standpunt van Trouw.

Heel even was Curaçao wereldnieuws. Twee weken geleden schreef het eiland geschiedenis door zich als kleinste land ooit te plaatsen voor het WK-mannenvoetbal. Zowel qua landoppervlakte als inwonersaantal is deze prestatie ongekend. Dit kreeg internationaal, op Curaçao en in Nederland dan ook de welverdiende media-aandacht.

De vele Nederlandse (voetbal)praatprogramma’s vulden uren om deze unieke prestatie te bespreken. De Curaçaose teambus, de aanpak van Dick Advocaat en de teamspirit kregen volop aandacht. Veel commentaren laten echter zien dat media vaak niet verder komen dan uitgekauwde clichés over Curaçao en gaan voorbij aan de postkoloniale erfenis die dit team zichtbaar maakt.

Een van de meest gehoorde kritiekpunten is dat het team niet zou bestaan uit ‘echte’ Curaçaoënaars: geen enkele speler uit deze interlandperiode was immers op Curaçao geboren. Ook dit was nooit eerder vertoond, en wees er volgens critici op dat dit team geen echt Curaçaos mannenelftal was.

Spelers ‘in bruikleen’
Volgens de bekende voetbaljournalist Valentijn Driessen was het team vooral een groep ‘afdankertjes’ die Oranje ‘sowieso niet halen’. Een kwalijke uitspraak die verontwaardiging in de Curaçaose gemeenschap wekte en een bredere onderstroom onthult: het suggereert namelijk dat Curaçao dankbaar zou moeten zijn dat Nederland deze spelers ‘in bruikleen’ geeft en benadrukt zo een hiërarchie in het Koninkrijk.

Hiermee is de discussie over de beladen relatie tussen Nederland en Curaçao opnieuw aangezwengeld. Hoewel deze landen formeel gelijkwaardige Koninkrijkspartners zijn, blijven structurele ongelijkheden bestaan. Sport is hét culturele speelveld waar fatsoensmaskers afvallen en onderbuikgevoelens tegenover ‘de Ander’ ruim baan krijgen. Nu de mediawind wat is gaan liggen, is er ruimte om te reflecteren op het discours rond de overwinning.

De discussie over welk land een speler moet vertegenwoordigen zien we vaker bij ‘diasporische’ teams
De discussie over welk land een sporter geacht wordt te vertegenwoordigen zien we vaker bij ‘diasporische’ voetbalteams. De berichtgeving rond het Marokkaanse elftal bij het vorige WK en het Surinaamse elftal in de huidige kwalificatiereeks is vergelijkbaar. Bij Curaçao valt het echter nog meer op, omdat het de Koninkrijksbanden miskent en een koloniaal beeld reproduceert.

Circulariteit binnen het koninkrijk
De berichtgeving legt pijnlijk bloot dat er nog altijd een gebrekkig begrip heerst over hoe het Koninkrijk der Nederlanden functioneert en hoe diep de verwevenheid van de Curaçaose diaspora is met het leven op het eiland. Het Nederlandse koloniale verleden heeft een postkoloniale werkelijkheid gecreëerd waarin circulariteit centraal staat. Curaçaoënaars bewegen voortdurend tussen Curaçao, Nederland en elders. Ze zijn in Nederland geboren, hebben er gewoond of schipperen tussen beide kanten van de oceaan. Sterker nog: in Nederland wonen bijna evenveel mensen van Curaçaose komaf als op het eiland zelf. Families zijn verspreid over meerdere landen, verbonden door eenzelfde paspoort en dragers van meervoudige identiteiten. Tegenover de essentialistische benadering van Nederlanderschap die het huidige politieke debat domineert, laat dit Curaçaose voetbalsucces de werkelijkheid van postkoloniaal Nederland zien – een meervoudige identificatie die transnationaal en pluriform is.

Wie kritisch kijkt, ziet ook vooral de hypocrisie in de manier waarop de sportwereld wordt bekeken. Hoewel het huidige Curaçaose voetbalteam voornamelijk bestaat uit spelers die in Nederland zijn geboren, bestaan veel Oranjeteams uit sporters die juist uit Curaçao komen. Als we uitzoomen van de voetbalwereld, zien we dat dit voor meerdere sporten geldt, waaronder de zeer succesvolle Nederlandse atletiek- en honkbalploegen. Waar het succes van de Curaçaose voetbalploeg laatdunkend wordt geduid, blijven deze bijdragen vaak onbenoemd.

Juist deze diasporische verbindingen vormen een essentieel onderdeel van dit voetbalsucces en van sport in het Koninkrijk in het algemeen. Wie het Curaçaose team afdoet als ‘afdankertjes’, miskent niet alleen de diaspora, maar ook de wederkerigheid van sportieve bijdragen in het Koninkrijk der Nederlanden. En dit reikt verder dan sport alleen: het houdt een valse hiërarchie in stand tussen gelijkwaardige landen met een gedeeld verleden.

2 reacties

  • alex bernadina

    99,9% positieve reacties maar men gaat in op Valentijn fukking Driessen zn commentaar.
    Dit gefrusteerd mannetje zorgt altijd en overal voor trammeland. Net als een wilders. alleen maar stoken. ipv hem te ignoren wordt ie nu hier in de spotlights gezet, heeft ie niet verdient die loser.

  • De opmerkingen kwamen van een voetbal verslaggever van de Telegraaf.
    Ik neem in ieder geval niets serieus van dit ochtendblad.

Reacties zijn gesloten.