Het gerechtshof in Den Haag heeft Nederland gelijk gegeven in de juridische strijd over de in beslag genomen 19,5 miljoen euro contant geld tussen Nederland en Suriname. Eerder hadden de rechtbank Noord-Holland en het gerechtshof Amsterdam de Centrale Bank van Suriname (CBvS) in het gelijk gesteld over de inbeslagname van het geld, maar na een beroep van Nederland bij de Hoge Raad werd de zaak naar het hof in Den Haag terugverwezen, dat nu anders heeft geoordeeld.
Het geld werd in 2018 op Schiphol onderschept terwijl het op weg was naar Hong Kong. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) zou het geld mogelijk afkomstig zijn uit criminele activiteiten. Destijds was Desi Bouterse, die nu voortvluchtig is in Suriname, de president. Er waren in die tijd geruchten dat hoge functionarissen in Suriname betrokken zouden zijn bij het witwassen van drugsgeld, en het Nederlandse OM nam deze berichten serieus.
In Suriname is ook voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad, die onder Bouterse diende, voortvluchtig. Hij wordt verdacht van het witwassen en verduisteren van overheidsgeld. In 2021 werd hij bij verstek veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf, wat ook de eis van het OM was.
De CBvS en drie Surinaamse banken hadden een klaagschrift ingediend waarin zij stelden dat de inbeslagname in strijd was met het internationaal gewoonterecht. Zij voerden aan dat de CBvS, als staatsorgaan van Suriname en verzender van het geld, immuniteit geniet tegen strafvorderlijk beslag.
Het Haagse hof heeft echter geoordeeld dat de CBvS geen aanspraak kan maken op immuniteit, omdat het geld in beslag toebehoort aan de drie handelsbanken, en niet aan de CBvS zelf.







