donderdag 2 oktober 2025
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw

De Caribische landen binnen het Koninkrijk zijn onvoldoende voorbereid op een eerste aanval van oorlogsgeweld. Dat concludeert de Extra op basis van uitspraken van oud-premier van de Nederlandse Antillen, Suzy Camelia-Römer tijdens het rondetafelgesprek dat woensdag plaatsvond.

Het rondetafelgesprek stond in het teken van geopolitieke en veiligheidsontwikkelingen binnen het Koninkrijk. In de huidige situatie duurt het waarschijnlijk een week voor Nederland voldoende mensen en materiaal en mensen op de eilanden heeft om zich te verdedigen of in de aanval te gaan. 

Een oplossing zou kunnen zijn dat de Caribische landen binnen het Koninkrijk zich ook aansluiten bij de NAVO, waar op dit moment alleen Nederland lid van is. Echter weet Camelia-Römer niet zeker of een lidmaatschap de beste oplossing is. “Mijn punt is dat we de huidige situatie moeten erkennen. Nederland is lid en wij hebben niet genoeg capaciteit om onszelf te verdedigen in het geval van een agressieve daad tegen ons.” 

Het Nederlandse parlement vroeg Camelia-Römer om haar visie te delen over onder andere de impact van internationale georganiseerde criminaliteit op de regio. Het initiatief voor het rondetafelgesprek is afkomstig van het Kamerlid Gijs Tuinman (BBB). 

In het eerste blok werd met name de veiligheid en buitenlandse inmenging besproken door sprekers als Gert Oostindie (Emeritus hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden), Michiel Baud (Emeritus hoogleraar Latijns Amerikaanse studies aan de Universiteit van Amsterdam) en Camelia-Römer. 

Tijdens het tweede blok werd de Georganiseerde (internationale) criminaliteit, narcotica en ondermijning besproken door onder andere Commandeur Walter Hansen (Commandant der Zeemacht en directeur van de Kustwacht Caribisch Gebied) en Simone van der Zee (Onderzoeker, jurist en criminoloog bij Risk Solutions Caribbean).

1 reactie

  • Aansluiting bij de Navo heeft ook verplichting:

    Artikel 3 van de Navo
    Teneinde de doelstellingen van dit Verdrag beter te verwezenlijken zullen de partijen, ieder voor zich en gezamenlijk, hun individueel en collectief vermogen om een gewapende aanval te weerstaan handhaven en ontwikkelen door voortdurend en op doelmatige wijze zichzelf te versterken en elkander hulp te verlenen.

    Wat gaar Curaçao daar tegenover stellen?

Reacties zijn gesloten.