donderdag 24 juni 2021 04:30
Kijk | Ontdek | Luister | mee op nu.cw
Door: NU.cw
30 januari 2021

Ook de getuigenissen van voormalig hoofd van de Curaçaose Veiligheidsdienst (VDC) Edsel Gumbs, en die van zijn informant, ‘zijn niet deugdelijk waardoor deze buiten beschouwing gelaten moeten worden’. Dat concludeerde de verdedigingsadvocaat van George Jamaloodin, Stijn Franken, afgelopen woensdag gedurende dag zes van het hoger beroep in de zaak Maximus.

Deze is door de voormalig minister van Financiën aangetekend, nadat hij in 2019 in eerste aanleg tot 28 jaar was veroordeeld voor het uitlokken van de dood van Helmin Wiels.

Een dag eerder was Franken begonnen aan een tweehonderd pagina’s tellend pleidooi waarin het voornaamste doel was aan te tonen dat het hele onderzoek en het strafrechterlijke proces in de zaak Maximus niet waterdicht is. Daarnaast zijn volgens de advocaat de getuigenissen niet solide en daarom onbetrouwbaar.

Volgens Franken moeten de getuigenissen daarmee achterwege worden gelaten door de rechters. Tijdens het eerste deel van zijn pleidooi heeft Franken de getuigenissen van onder meer de mederwerkers van Jamaloodin’s beveiligingsbedrijf Speedy Security en Givenchy Maria met de grond gelijk gemaakt.

Woensdag waren de getuigenissen van voormalig VDC-hoofd Edsel Gumbs en die van zijn informant aan de beurt. Op dag 2 van het hoger beroep, waarin de advocaat general vragen heeft gesteld aan deze getuigen, kwam onder meer aan de orde dat Edsel Gumbs (die in 2010 op non-actief werd gesteld vlak nadat Gerrit Schotte zijn eerste kabinet samen had gesteld) via een informant informatie heeft gekregen over plannen om de politicus Wiels te vermoorden.

De informant zou Gumbs hebben verteld dat George Jamaloodin achter de plannen zat. De informant zegt erbij te zijn geweest toen Jamaloodin eerst de moordklus aan een stel mannen had aangeboden die langs kwamen om een buit van onder meer gestolen horloges aan Jamaloodin aan te bieden. De naam van Wiels werd daarbij genoemd. De mannen zouden bedankt hebben voor de klus en zijn weg gereden.

Later die dag kwam diezelfde wagen terug waarin Burney “Nini” Fonseca en Luigi “Pretu” Florentina zaten. Jamaloodin zou een blik op de informant hebben geworpen als teken dat hij weg moest, omdat hij iets te bespreken had dat de informant niet mocht horen.

Gumbs verklaarde dat hij op zijn mobiele werktelefoon gebeld was door de informant. Maar Gumbs had al zijn werkmateriaal in 2012 ingeleverd omdat hij op non-actief was gesteld en de moord op Wiels vond plaats in 2013. Gumbs kwam verder pas in 2015 naar voren met zijn verklaring over de informant.

Franken zegt te betwijfelen of er echt een informant is. Een informant hoort namelijk een codenaam te hebben waaronder deze geregistreerd wordt samen met diens persoonlijke gegevens, zodat de overheid weet om wie het gaat. Bij navraag naar de codenaam van de informant bij VDC hadden ze die informatie niet.

De VDC heeft geconcludeerd dat die betreffende informant niet voor de geheime dienst werkt. Franken denkt echter dat óf Gumbs de codenaam van de informant niet wil onthullen óf er helemaal geen informant bestaat. Franken houdt er ook rekening mee dat er steeds gesproken wordt over een informant, terwijl het in realiteit gewoon om getuige J. Boutisma, de broer van Florentina, gaat.

Edsel Gumbs heeft twee keer een verklaring afgelegd. Eerst in 2015 en daarna weer in 2017/2018. Wanneer Franken de twee verklaringen naast elkaar legt, ziet hij een aantal afwijkingen. Zo heeft Gumbs in 2015 gezegd dat hij de informatie van de informant heeft gekregen na de overval op een juwelier in de Renaissance Mall in 2012. In 2017/2018 zegt Gumbs echter dat hij na de dood van Helmin Wiels de informatie heeft gekregen.

Franken zegt verder een overzicht te hebben opgevraagd van telefoontjes naar en uit de werktelefoon waarvan Gumbs zegt te zijn gebeld. Maar tussen 5 mei 2013 - de dag van de dood van Helmin Wiels - en 13 mei 2013 zijn er geen gesprekken geregistreed. Gumbs is volgens Franken niet gebeld door de informant. In ieder geval niet na de dood van Wiels, zoals Gumbs beweert.

Tot slot wijst Franken erop dat Gumbs heeft verklaard op 1 december 2014 officieel te zijn ontslagen bij de Veiligheidsdienst Curaçao, maar dat is niet waar. Gumbs werd in 2013 ontslagen. Toen beschikte hij niet meer over zijn werktelefoon.

De raadsheer heeft het eerder tijdens het proces gezegd en herhaalde dat later weer: De informant kan Gumbs niet hebben gebeld op zijn werktelefoon. Zowel het verhaal van Gumbs als zijn informant zijn volgens Franken niet plausibel en zouden daarom niet meegenomen moeten worden in de overweging van de rechters.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

magnifiercross linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram